Fase 2: Fundamentals 2

Leeftijd:
Jongens: 8-9 jaar
Meisjes: 8-9 jaar

Categorie: Benjamins

Mentaal F1 & 2

Introductie

De trainer neemt het voortouw en maakt de atleten bewust van hun gedrag, gevoelens en gedachten en probeert dit stilaan meer bespreekbaar te maken.

Bij deze fase van de Groeipiste zijn er weinig verschillen t.o.v. de voorgaande fase omdat de fundamenten worden gelegd voor de volgende fasen.

Mentale leerlijn atleet

Stressmanagement

Atleten leren het verschil herkennen tussen spanning en ontspanning.

Basis ademhalingstechnieken worden geïntroduceerd.

Emotie- en gedachtenmanagement

Atleten aanmoedigen en stimuleren om emoties en gedachten te benoemen.

Hen geruststellen dat problemen een kans zijn om iets te leren en dat ‘mislukken’ mag.

Aandacht & Focus

Atleten leren wanneer ze moeten focussen en wanneer ze mogen ontspannen. De aandachtsboog langzaam verlengen.

Zowel in speelse situaties als in rustmomenten aandacht oefenen.

Beginnen met visualisatie via beeldspraak.

Goalsetting & Motivatie

De doelen komen vanuit de trainer.

De motivatie ligt bij de atleet zelf, met nadruk op plezier- en succesbeleving.

Communicatie

Atleten leren hun mening uiten – met woorden of via lichaamstaal.

Op een positieve en respectvolle manier leren communiceren.

Levensstijl & Identiteit

Atleten leren dat iedereen verschillend is en dat dit oké is.

Ze ontdekken hun eigen sterke punten en leren die van anderen herkennen en waarderen.

Zelfzorg

De ouders zorgen nog voornamelijk voor de atleet (bv. maken van de rugzak etc.).

Mentale leerlijn trainer

Stressmanagement

De trainer introduceert eenvoudige ontspanningstechnieken zoals:

  • Ademhalingsoefeningen (bv. met knuffelbeertje).

  • Gebruik van beeldspraak (bv. spaghetti of stokstaart).

Emotie- en gedachtenmanagement

De trainer benoemt en bevraagt emoties en gedachten van de atleet  (coachend vanuit éénrichtingsverkeer).

Blijf kansen geven, ook als de atleet ‘faalt’.

Aandacht & Focus

De trainer houdt rekening met de korte aandachtsspanne van jonge atleten. De trainer gebruikt daarom:

  • Korte instructies.

  • Gebaren en beeldspraak.

  • Fantasieverhalen.

Goalsetting & Motivatie

De focus van de training moet liggen op het maken van plezier en het creëren van voldoende succeskansen.

De trainer motiveert door het geven van positieve feedback vanuit een motiverende coachingsstijl.

Communicatie

De trainer geeft zelf het goede voorbeeld:

  • Laat het belang van communicatie zien.

  • Stimuleert atleten om hun mening te delen.

  • Stelt vragen en nodigt uit tot dialoog.

  • Hanteert een positieve en bewuste communicatiestijl.

Levensstijl & Identiteit

De trainer:

  • Erkent en respecteert verschillen tussen atleten.

  • Leert differentiëren in aanpak.

  • Stimuleert een inclusieve omgeving waarin elke atleet zichzelf mag zijn.

Zelfzorg

De trainer:

  • Maakt afspraken met ouders over grenzen, verwachtingen en ondersteuning.

  • Draagt bij aan een goede zelfzorg van de atleet door zelf een voorbeeldrol te vervullen.

Download hier het overzicht