Fase 7: Trainen om te winnen

Leeftijd:
Jongens: +20 jaar
Meisjes: +20 jaar

Categorie: Senioren

Kernprincipes

Maximale intensiteit en specificiteit voor topprestaties

Volledig potentieel benutten

Ambitie topsport

Algemene inleiding

In deze fase ligt de focus volledig op het winnen van wedstrijden.
De trainer en het begeleidingsteam zetten alles in om het fysiologisch, psychologisch en technisch potentieel van de atleet maximaal te benutten.

De atleet neemt meer eigen verantwoordelijkheid op in zijn ontwikkeling en training.
Persoonlijke begeleiding wordt essentieel, met een nauwe medische opvolging en regelmatige testmomenten.

Wat gebeurt er op deze leeftijd met het lichaam?

De maximale lichaamslengte is bereikt bij zowel mannen als vrouwen.
Het lichaamsgewicht kan nog licht dalen of stijgen door veranderingen in de verhouding tussen vetmassa en vetvrije massa. Voeding en training — zoals gerichte krachttraining — beïnvloeden deze samenstelling.

De botvorming is volledig afgerond. Het lichaam maakt van nature geen extra spiermassa meer aan, maar zowel mannen als vrouwen kunnen hun spiermassa nog vergroten via krachttraining.

Overzicht trainbaarheid van de fysieke kenmerken

Binnen deze fase van het LTAD model maken we een onderscheid wat betreft de verschillende disciplinegroepen (SP = Springnummers / SP-H = Sprint-Horden / W = Werpnummers / F = (Halve)Fond / MK = Meerkamp).

Coördinatie

Techniek

Algemene coördinatie

SP

SP-H

W

F

MK

Lenigheid / Mobiliteit

SP

SP-H

W

F

MK

Kracht

Basiskracht / krachtuithouding

Maximale kracht & Explosieve kracht

Werpkracht

Sprongkracht

Sprintkracht

SP

-

SP-H

-

W

F

-

-

-

MK

Snelheid

(Max.) snelheid

Snelheiduithoudingsvermogen

SP

SP-H

W

F

MK

Uithouding

Anaerobe training (melkzuurvorming)

Aerobe training / basisuithouding

SP

SP-H

()

W

F

MK

Fysieke kenmerken uitgelicht

  • Kracht: De specifieke krachttraining krijgt in deze fase nog meer nadruk.
    Prestatieverbeteringen ontstaan vooral door een toename van fysieke capaciteiten, niet langer door grote technische vooruitgang.

    Bij sprint- en kampnummers blijven maximale kracht en explosieve kracht cruciaal.
    Bij afstandslopers ligt de focus op loopeconomie: krachttraining ondersteunt daar vooral de efficiëntie.

    Basiskracht blijft dienen ter ondersteuning van specifieke krachtvormen en als blessurepreventie. Voor afstandslopers behoudt basiskracht een groter belang, omdat specifieke krachtvormen bij hen minder bepalend zijn.

  • Lenigheid: De aanpak van lenigheid en mobiliteit blijft gelijk aan die van de vorige fase.
    De trainer onderhoudt en verbetert deze eigenschappen regelmatig, afhankelijk van de eisen van de sportspecifieke bewegingen. Hij pakt zwakke schakels gericht aan om blessures te voorkomen en de beweeglijkheid te optimaliseren.

  • Snelheid: De snelheidstraining blijft vergelijkbaar met de vorige fase. Alle snelheidsvarianten komen aan bod.

    De trainer kan extra nadruk leggen op snelheidsuithouding, vooral voor disciplines zoals meerkamp, sprint-horden en springnummers. Snelheidsverbetering hangt nog steeds nauw samen met krachtontwikkeling.

    Bij afstandslopers blijft maximale sprintsnelheid relevant, maar minder doorslaggevend dan bij technische nummers.

  • Uithouding: De uithoudingstraining volgt grotendeels hetzelfde principe als in de vorige fase. Bij halve-fondlopers (vooral 400m-, 800m-lopers) en lange hordelopers (400 m horden) legt de trainer meer nadruk op anaerobe trainingen met melkzuurvorming.
    Voor deze groepen krijgt anaerobe training evenveel belang als de opbouw van de basisuithouding.

  • Coördinatie: De nadruk op techniektraining neemt af ten opzichte van de vorige fase.
    Prestatiewinst komt nu vooral voort uit verbeteringen in de fysieke eigenschappen van de atleet in plaats van verdere technische verfijning.

Training- en wedstrijdkenmerken

Oefenvorm vs. spelvorm

Max. 5% spelvorm

Aantal trainingen per week

≥ 6 trainingen

Duur trainingen

1u30 à 2u

Aantal Wedstrijden

10 à 20 per jaar

Periodisering

Dubbele of drievoudige periodisering (1 piekmoment winter en 2 piekmomenten zomer)

Er wordt gewerkt met een meerjarenplan

Paramedische opvolging

Verdere uitbouw van het medisch team

Detectie, -oriëntatie en specialisatie

VERDERZETTING SPECIALISATIE

De grootste veranderingen ten opzichte van de vorige fase liggen in het grotere trainingsvolume en de meer verfijnde periodisering.

De planning bevat ruimte voor buitenlandse competities zonder dat dit de trainingsopbouw belemmert. Naast paramedische begeleiding komt de atleet in deze fase vaker in contact met externe actoren zoals media en managers.

Verwachtingen trainer

  • Rol: heeft ambitie en begeleidt atleten en topsporters.

  • Opleiding: Trainer A Atletiek

  • Werkwijze: stelt in overleg met de atleet een verfijnde periodisering op. De trainer volgt seminaries en bijscholingen, bezoekt collega-trainers en blijft op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen binnen atletiek. Daarnaast stelt de trainer een begeleidingsteam samen, leidt het team en neemt de eindverantwoordelijkheid op zich.

  • Tijdsbesting: 12 uur training geven +  4 à 6 uur voorbereiding, opvolging en overleg

  • Wedstrijden: begeleidt de groep regelmatig tijdens (internationale) wedstrijden

  • Stage: de trainer organiseert minstens 1, liefst 2 trainingsstages per jaar

Download hier het overzicht