Groeipiste
Noor Vidts als ambassadeur!

Atletiek Vlaanderen wil zoveel mogelijk atleten levenslang laten sporten en hen, indien gewenst, begeleiden naar hun maximale prestatieniveau. Om dit te bereiken, is het essentieel dat trainers en clubs weten hoe een atleet zich optimaal ontwikkelt en dat ze actief bijdragen aan die groei.
De Groeipiste vormt het sportmodel van Atletiek Vlaanderen. Dit model biedt een duidelijk kader met richtlijnen voor de mentale, fysieke en technische ontwikkeling van een atleet. Het model baseert zich op het Canadese, wetenschappelijk onderbouwde Long Term Athlete Development (LTAD)-model, dat internationaal geldt als de standaard voor de ontwikkeling van atleten in laatspecialisatiesporten zoals atletiek.
Binnen de Groeipiste werken we met een helder stappenplan dat atleten begeleidt richting levenslang sporten, competitiesport of topsport. Wie een fase overslaat, riskeert motorische, psychische of fysieke tekorten die later een merkbaar verschil kunnen maken.
We nemen jou stap voor stap mee door de verschillende fasen zodat jij als trainer, begeleider of clubmedewerker actief kan bijdragen aan de ontwikkeling van elke gemotiveerde atleet.
De Groeipiste bestaat uit 8 fasen:
Fundamentals 1
Fundamentals 2
Leren om te trainen
Trainen om te trainen
Leren van competitie
Trainen voor competitie
Trainen om te winnen
Levenslang Sporten
Interpretatie van de Groeipiste
De Groeipiste beschrijft de ontwikkeling van een gemiddelde atleet.
Om die ontwikkeling goed te begrijpen, onderscheiden we twee belangrijke begrippen:
Biologische leeftijd: dit is de werkelijke leeftijd van het lichaam.
Ze toont hoe snel cellen en weefsels groeien en hangt af van factoren zoals genetica.Chronologische leeftijd: dit is de kalenderleeftijd, berekend in jaren, maanden en dagen vanaf de geboortedatum.
Bij de gemiddelde atleet binnen de Groeipiste liggen de biologische en chronologische leeftijd dicht bij elkaar (hooguit één jaar verschil). Sommige atleten ontwikkelen zich echter sneller of trager. Wie biologisch meer dan een jaar jonger is dan zijn kalenderleeftijd, noemen we laat matuur; wie meer dan een jaar ouder is, vroeg matuur. Die biologische verschillen zorgen ervoor dat atleten niet altijd in dezelfde fase van de Groeipiste zitten, ook al zijn ze even oud.
Rond de puberteit (gemiddeld op 12 jaar bij meisjes en 14 jaar bij jongens) kunnen deze verschillen oplopen tot drie jaar vroeger of later. Daardoor kunnen atleten uit dezelfde leeftijdscategorie zich in verschillende fasen van de Groeipiste bevinden.
Voorbeeld:
Twee jongens zijn allebei 11 jaar oud. Volgens de Groeipiste hoort de gemiddelde atleet op die leeftijd bij de fase Leren om te trainen (10–12 jaar) en de categorie Pupil.
Atleet X heeft een biologische leeftijd van 9 jaar en bevindt zich dus in Fundamentals 2.
Atleet Y heeft een biologische leeftijd van 13 jaar en bevindt zich in Trainen om te trainen.
Ook tussen jongens en meisjes zijn er leeftijdsverschillen per fase. Omdat meisjes gemiddeld vroeger in de puberteit komen, doorlopen zij de fasen sneller dan jongens. Toch blijft elk individu uniek: trainers moeten dus steeds rekening houden met persoonlijke verschillen.